De Bijenkorf

‘Niet meteen kijken, maar wat zit die man in de hoek achter mij nou te doen?’ Mijn zus leunde voorover en siste tussen haar tanden.

 

We zaten in The Kitchen, het restaurant van De Bijenkorf in Amsterdam. Mama, zus en ik. Vóór ons thee, heerlijke slagroom tom pouces en een New York Cheesecake. Het was weer zo’n week. Dat we even bij elkaar moesten huddelen. Zonder al te veel woorden en al helemaal niet met verdrietige gezichten. ‘Papa had het goed gevonden, hoor,’ zegt mijn moeder vaak en zij kan het weten. Wij ook. Papa was de eerste geweest om in De Bij aan de koffie en de taart te gaan. En hij dan gauw weer wegwezen, naar De Slegte in de Kalverstraat.

 

‘De Bij’ staat voor ons voor familie, voor knus, voor gekkigheid en last but not least retail therapy. Werkt bij ons áltijd. ‘Het toppunt van meditatief en mindful bezig zijn is shoppen in De Bij,’ besloten we ooit.

‘Het toppunt van meditatief en mindful bezig zijn is shoppen in De Bij’

Ik herinner mij dat ik als klein meisje al elk jaar aan de hand van mijn oma naar de zwarte Pieten ging kijken. Nog steeds ga ik er elk jaar even heen. En ben dan tot tranen geroerd als ik de oma’s van nu zie (bijna mijn leeftijd!) met hun kleinkind aan de hand.

De traditie is gemoderniseerd: de Pieten zijn dit jaar voor het eerst van goud. ‘Dat past bij de Premium Experience’. Een geniale zet.

 

De Bij moet wél een béétje oppassen.

‘Waar sta je?’ appte mijn zus die met ma van het CS kwam lopen. ‘Beursingang.’

Binnen in De Bij stond mijn moeder met haar ogen te knipperen. Letterlijk, van het felle licht van de net verbouwde cosmetica-afdeling.

‘Waar is mijn coffeeshopje?’ jammerde ze. Weg.

En in het hoekje van de damesafdeling vonden we ook onze champagnebar niet meer waar we altijd zo lekker lodderig vandaan kwamen waarna we onmiddellijk alles kochten wat we vóór de bubbels nog even aangekeken hadden.

 

We moeten dus iets meer op zoek naar onze knusse rituelen.

Die vonden we op de Kerstafdeling waar we kerstkaarten voor 4 euro per stuk kochten en mooie guirlandes die, wat kan het schelen, nu al bij ma thuis op een etagère gedrapeerd liggen.

Dan komt het moment dat de shop-moeheid toeslaat en we wat willen drinken. Het bubbelbarretje onvindbaar hesen we ons weer naar The Kitchen op de vijfde verdieping.

Tevreden ploften zus en ik neer. Ma even naar het toilet.

Ze vindt het zielig voor de toiletjuffrouw dat de toiletten tegenwoordig gratis zijn. En ook het ritueel van de aardige dame of heer bij de toiletten die altijd het in- en uitgaande toiletverkeer in goede banen leidde, meteen je toiletbril schoonmaakte en altijd een praatje maakte mist ze.

Ik zag ma de schoonmaakster wat muntjes toestoppen.

Toen ze bij ons tafeltje kwam zag ze ons voorovergebogen zitten fluisteren. ‘Wat ís er?’ vroeg ma verschrikt. ‘Dr zit een man zichzelf…’

Ik maakte een op en neer gaande beweging met mijn hand en rolde met mijn ogen richting de man in de hoek.

‘Doe niet zo gek!’ Mijn moeder keek de man, die inderdaad met twee handen onder de tafel schokkende bewegingen zat te maken, recht in zijn padje.

Je kon mij al wegdragen.

‘Niet wáár!’ Ze ging zitten en keek ons bestraffend aan. ‘Het is een oude man die moeite heeft de rits van zijn jack dicht te ritsen, kijk dan!’ We keken om en zagen hoe een oudere dame de man hielp zijn jas dicht te krijgen.

 

Wij hebben geen bubbels nodig om baldadig te worden, maar herstelden ons razendsnel en sipten met pink omhoog van onze thee. Natuurlijk, in een chique zaak zijn alleen maar chique mensen.

Nannet van der Ham