Wat kun je toch lol hebben om niks.

Tenminste, dat is nog best een kunst ook, niet iedereen kan dat.

G. bijvoorbeeld, kan lachen om André van Duin, om Draadstaal, Toren C en Sluipschutters, maar niet om niks. Ik wel, ik lach echt om een scheet. Vooral om een scheet. Het erge is, hoe gezonder je – normaliter – eet, hoe meer je darmen protesteren als je junk in je lijf stopt wat deze dagen meer voor de hand ligt dan anders.

‘Ik vind het allemaal best, als je maar niet tegen me aan gaat liggen scheten,’ zegt G. in bed na een avondje kaasfondue, wit stokbrood, wijn en banketstaaf toe bij de chocomelk met slagroom. Hi-lá-risch (vind ik) om me dan lepeltje-lepeltje in zijn schoot te nestelen, al mijn spieren te spannen en… nét te doen alsof ik een dikke scheet laat. Hij duwt me walgend van zich af, ik lig te rollen in mijn bed. Ik hoef je niet te zeggen dat er van ‘hanky-panky under the sheets’ dan weer niks komt.

Sinds een paar dagen is de M&M-reclame weer op TV.

‘Get in the bowl’ ‘No, you get in the bowl.’ Mijn dochter Roos, al net zo behept met het lachen-om-niks virus, kan er geen genoeg van krijgen.

‘Wil je een stukje banketstaaf?’ ‘Nee, jij ben een stukje banketstaaf.’

‘Ik heb zin in een blueberry muffin!’ ‘Nee, jij bent een blueberrymuffin.’

Je voelt hem al aankomen als G. tijdens ons gezellig kaasfondue-avondje Snor verlangend naar onze malende monden ziet kijken, zegt: ‘Geef die hond een kauwflap…’ Roos onmiddellijk inkopt: ‘Nee, jij bent een kauwflap.’

Wat, onder invloed van een paar scheuten wijn al snel werd: ‘Nee, jij hebt een kauwflap!’

Vooral G. die zijn ogen ten hemel slaat en wanhopig naar Snor kijkt die net zo niet-begrijpend als G. naar ons kijkt doen mijn dochter en ik echt huilen van het lachen.

Ik ga helaas, zelfs voor mijn dochter één tikkie te ver, door te rijmen: ‘Vind je het een leuke grap als ik in jouw kauwflap hap?’

Ze is meteen broodje nuchter. ‘Nou mam, doe normaal.’

‘Ja, Nan, doe normáál,’ valt G. bij.

Ik ga op één heup zitten, laat mijn billen het woord doen en stort weer in een lachstuip.

‘Nou, ik vind het fijn dat je het zo naar je zin hebt met jezelf,’ zucht G. droog.

Afijn.

Ik vind: de kunst van lachen om niks wordt onderwaardeerd.

Het kost niks, is goed voor je buikspieren én voor je humeur.

Het mooie is dat zien-lachen echt doen-lachen is.

Want ik betrap G. erop dat zijn ogen twinkelen als hij me quasi-minachtend aan kijkt.

‘Je bent ook zo’n lekkere scheet,’ zeg ik en weet niet wat me overkomt als hij me een kus geeft en zegt: ‘Nee, jij bent een lekkere scheet!’

Uit ProudWoman-on-the-Go